Arjan van Weele
prof. dr. Arjan van Weele
< NEVI
PMI
58.6

 

Juni 2017
De NEVI Purchasing Managers’ Index (PMI)laat over juni wederom een sterke toename van de bedrijfsactiviteiten in de industrie zien. De PMI kwam uit op 58.6 (mei: 56.5), het hoogste niveau in 74 maanden(NB: een waarde > 50 duidt op groei ten opzichte van voorgaande maand)! Alles wijst er op dat bedrijven die de laatste jaren in een sterke supply chain hebben geinvesteerd nu op hun concurrenten gaan uitlopen. Hoe zit dat? De industrie groeit nu al 4 jaar maand na maand. Oorzaken zijn de nog steeds sterke export (die nu ook vanuit Midden Europa aantrekt) en de opleving van de Nederlandse economie. Beide factoren leiden tot hogere productievolumes en een toenemende vraag naar gekwalificeerde medewerkers. Omdat de industrie meer dan 70% uitbesteedt, leidt dit ook tot veel meer werk voor toeleveranciers. Deze kunnen het werk geleidelijk aan niet meer aan gezien de sterk oplopende levertijden (levertijd index nam af naar 35.9, hetgeen wijst op verdere verslechtering van levertijden). Reden waarom toeleveranciers moeten kiezen voor wie zij hun productiecapaciteit zullen inzetten. Dat zullen in het algemeen die afnemers zijn die fors in de relatie met hun toeleveranciers hebben geinvesteerd. Professioneel ketenmanagement gaat nu zijn effecten hebben! En die industriele bedrijven toelaten de groei bij te houden ten koste van concurrenten die hun leveranciers zwaar onder druk hebben gezet. Omdat de inkoopprijsinflatie beperkt blijft, zullen deze ketenregisseurs langer van de huidige marktgroei kunnen profiteren. Het beeld voor de nabije toekomst ziet er goed uit. Ik verhoog mijn rapportcijfer naar 8.1.

BLOG

May 5 2015 00:00

Joris Luyendijk : 'Dit Kan Niet Waar Zijn'!

 

 

Waar Joris Luyendijk niet aan toe kwam...

Deze week met interesse het veelgeprezen boek van Joris Luyendijk gelezen over de binnenkant van de City van London. Zijn boek begint met de vergelijking van de financiele wereld met de cockpit van een vliegtuig. Als reiziger loop je naar voren tijdens de vlucht om te ontdekken dat er niemand in de cockpit aanwezig is. Het vliegtuig vliegt, met jou erin, maar niemand weet waarheen, hoe hoog en hoe lang. Dat is niet alleen in de financiele wereld zo. Dat is op veel maatschappelijke terreinen het geval. Waar gaat het naar toe met de wereldbevolking? Hoe gaan we om met deze planeet? Hoe gaan we om met de verdeling van welvaart? Allemaal voorbeelden van domeinen waar sturing onbreekt, onzekerheid over de uitkomsten troef is. Luyendijk kan wat dat betreft nog even vooruit!

Luyendijk zet de financiele wereld neer als een wereld van graaiers, waar elk moreel besef ontbreekt en waar het dienen van het eigenbelang voorop staat. Specialisten in deze wereld kunnen ongestoord hun gang gaan omdat niemand, zelfs hun eigen bazen niet, in staat is om hun werkzaamheden, de produkten die zij op de markt brengen, en hun beslissingen te controleren en te monitoren. Ook dit geldt voor veel andere sectoren. Denk aan medisch specialisten die tonnen verdienen aan de gezondheidsproblemen van hun patienten, geen enkel bedrijfsrisico lopen en wiens ingrepen nauwelijks worden en kunnen worden gecontroleerd.

Waar Luyendijk aan voorbij gaat is het fenomeen dat beleggers van aandeelhouders aandeelverkopers zijn geworden waarbij koerswinst belangrijker is geworden dan dividend en de korte termijn is gaan prevaleren boven de lange termijn. Maar dit terzij

Luyendijk had er goed aan gedaan voorafgaand aan zijn onderzoek kennnis te nemen van de Principal Agent Theory. Deze verklaart het gedrag tussen enerzijds opdrachtgevers/eigenaar en anderzijds opdrachtnemers, managers die voor rekening en risico van de eersten opdrachten uitvoeren. Voorbeeld: de grootaandeelhouder/eigenaar die de leiding van zijn bedrijf uit handen geeft aan een door hem betaalde manager. Ander voorbeeld: een opdrachtgever die op zijn kosten een bouwproject laat uitvoeren door een aannemer. Deze Principal Agent Theory geeft aan dat in deze voorbeelden partijen te maken krijgen met tenminste 4 kernproblemen: 1) 'goal incongruence': doelen van beide partijen komen niet overeen. De grootaandeelhouder/eigenaar zal zoveel mogelijk winst willen maken en het salaris van de manager zo laag mogelijk willen houden. De manager denkt vice versa hetzelfde en zal daarnaar handelen. In verkoop-inkoop relaties zien we hetzelfde fenomeen optreden. De inkoper wil een zo laag mogelijke prijs. De verkoper een zo hoog mogelijke; 2) informatie asymmetrie: beide partijen zijn onvoldoende op de hoogte van elkaars intenties en werkwijzen en handelswijzen en zullen in de relatie moeten investeren om de informatie achterstand die men heeft op te lossen. Hoe kennis intensiever de uitwisseling (ICT) hoe belangrijker dit punt is; 3) risico verdeling: de grootaandeelhouder/directeur zal het risico van lage winst of verlies zoveel mogelijk wensen af te wentelen op de manager en vice versa. Datzelfde ziet men in contractuele relaties tussen verkoper en inkoper. Met dikke contracten als gevolg die het probleem van risico management niet oplossen. 4) Moral hazard: dit probleem verwijst naar de situatie dat de manager geheel anders met het geld van de grootaandeelhouder gaat omspringen dan wanneer het zijn eigen geld was geweest.

De Principal Agent theory toegepast op het boek van Luyendijk had van meet af duidelijk gemaakt dat doelen tussen partijen volstrekt uiteen liepen en tot op de dag van vandaag lopen. Dat er sprake is van grote informatie assymmetrie van de zijde van beleggers en opdrachtgevers. Beleggers hebben geen enkel benul van wat er in de binnenkant van de financiele wereld om gaat en men doet ook weinig moeite aar achter te komen. De financiele wereld is een van de weinige sectoren waar je zelden voor je beleggingsresultaten wordt afgestraft. Het risico ligt geheel bij de belegger. Als gevolg heeft moral harzard, de afwezigheid van elk moreel besef, zich sterk kunnen ontwikkelen.

Is hiermee het boek van Luyendijk niet het lezen waard? In tegendeel! Het is erg interessant de zoektocht te leren kennen van een outsider die geprobeerd heeft op basis van interviews zich een beeld te vormen van een voor hem nieuw fenomeen. Hetgeen niet wegneemt dat als hij enkele gidsen had geraadpleegd de diepgang en analyses stukken dieper hadden kunnen zijn.

prof. dr. Arjan van Weele
arjan@arjanvanweele.com
+31 40 247 2170
Twitter  Linkedin  NeviStarterskit Social Media NEVI
Links
Disclaimer
Sitemap
Colofon 
© 2015